Strijdkreet van een stadsdichter

nalatim

Oniesas

soivae




      Als alles om je heen


    in een klap in elkaar zakt,
    krimpt het ineen
    dat krakend brak wrak.
    Waaruit het leven
    half is verdwenen.
    Dichtregels die wankelend
    hun rijm uitlenen.
    Het volle hoofd rolt
    hele volken
    onder brekend
    blauwe wolken.
    De benen moe, ze lopen
    zich trefzeker kreupel
    op het goedkope
    gemor van het gepeupel.
Je schrijft verder en
terwijl je doordrinkt,
hoor je hoe
een held zingt:
'Keer op keer
draait het op gezuip,
dat je bekaf laat
het bed in kruipt.'
Ja, ja, het is
een roeping: stadsdichter.
Daar moet je in je leven
nu eenmaal voor zwichten.
Maar het levert niks op,
je wordt heus niet rijk.
En dat allemaal voor
een straatnaam
in de Literatuurwijk.

in samenwerking met
© Mario Withoud (tekst)